Nieuwe zakelijkheid
Met de jonge Vlaamse partijvoorzitters Wouter Beke (CD&V), Alexander De Croo (Open VLD), Caroline Gennez (sp.a) - die de voorzittershamer doorgaf aan Bruno Tobback - en Wouter Van Besien (Groen!) leek een nieuwe portie zakelijkheid geïnjecteerd in de Wetstraat. 'Ons voordeel was dat we geen voorgeschiedenis hadden', merkte Beke op.
Aan Franstalige zijde kwam eveneens een jonge generatie van dertigers aan de macht. Eerst nam Charles Michel (MR) het over van Didier Reynders, later volgde Benoît Lutgen (cdH) Joëlle Milquet op. Alleen bij de Parti Socialiste stierven de oude gedaanten niet. Ter vervanging van Elio Di Rupo werd de grijze partijsoldaat Thierry Giet naar voren geschoven als partijvoorzitter.
Uiteindelijk is het wel de vraag of de politieke impasse doorbroken werd dankzij de komst van een nieuwe generatie partijvoorzitters. Of was het veeleer het werk van de oude vos zelf, Elio Di Rupo? Sp.a-coryfee Louis Tobback hoopt alvast dat de jonge garde haar ogen en oren goed heeft opengehouden om te zien hoe het moet.
Dat er na anderhalf jaar van politieke kortsluiting toch nog een compromis à la Belge uit de bus is gekomen, was een hele opluchting. Het kan dus toch nog. Maar niemand maakt zich veel illusies. Di Rupo I is een regering die er is gekomen met het mes op de keel. Pas na een verlaging van de kredietwaardigheid door het ratingagentschap Standard & Poor's en de druk van de financiële markten lukte het.
Vijf minuten
De vijf minuten politiek geluk die de doorbraak opleverde, zoals Eric Van Rompuy (CD&V) het mooi omschreef, zijn ook niet meer dan vijf minuten geweest. België is een tweestromenland, en het zal steeds moeilijker worden die twee werelden samen te brengen in één Belgische regering. Het communautair akkoord, de zesde staatshervorming, brengt misschien wel even wat communautaire rust. Het zal echter fundamenteel weinig veranderen aan de tweedeling van België, waarvan N-VA-voorman Bart De Wever zijn politiek handelsfonds heeft gemaakt.
Dat het meer dan anderhalf jaar heeft geduurd, is bovendien een symptoom van de onderliggende crisis van onze democratie, zoals David Van Reybrouck opmerkte. 'We hoeven ons niet te schamen voor deze crisis. België is gewoon als eerste tegen de grenzen gebotst waar alle parlementaire democratieën vroeg of laat tegenaan stoten', merkte de bezieler van het burgerinitiatief G1000 op. Het is geen Belgisch fenomeen, het gaat om een democratische systeemcrisis in het Westen. 'Als je uitzoomt van het conflict Belgo-Belge, zie je dat we deel uitmaken van een groot verhaal. In het Verenigd Koninkrijk heb je voor het eerst een coalitieregering, in Nederland een gedoogregering. Nergens loopt het van een leien dakje. Dit zijn echt historische tijden', aldus nog David Van Reybrouck. De kloof met de burger is niets nieuws onder de zon.
Maar daarbovenop is er de etterende financiële crisis die overal woedt en die dreigt om te slaan in een wereldwijde grote depressie. Het gevolg is grote sociale onrust. Dat in de straten van Athene veldslagen zijn uitgevochten, dat in Spanje 'indignados' - verontwaardigden - pleinen zijn gaan bezetten en dat de 'Occupy Wall Street'-beweging in zowat alle uithoeken voet aan de grond heeft gekregen, dat is misschien wel de belangrijkste omwenteling geweest anno 2011. 'Wat gebeurt in de straten van Athene en in andere steden, kan wel eens even belangrijk zijn als wat gebeurt in de kantoren van regeringen en banken in New York, Washington, Londen, Brussel, Berlijn en elders', merkt John Thompson, socioloog van Cambridge University, op. Er lijkt plots geen perspectief meer. No future, op wereldschaal. En daar wordt tegen gerevolteerd.
Degrelle
Dat is meteen ook het kernprobleem waarmee de regering-Di Rupo af te rekenen krijgt. Hoe kan men de tering naar de nering zetten en toch nog een toekomstperspectief bieden? We lijken wel in een vicieuze cirkel te zijn gezogen die zal leiden tot een collectieve verarming. Onze kinderen zullen het niet meer zo goed hebben, lijkt ons onafwendbare lot. Er is een groeiend wantrouwen. De mensen hebben het gevoel dat ze niet meer worden vertegenwoordigd door de 'volksvertegenwoordigers', die eerst de banken hebben moeten redden en nu door diezelfde banken en door Standard & Poor's & co verplicht worden het mes te zetten in de welvaartsstaat. Dat dreigt het optimisme over de nieuwe generatie politici en de vijf minuten geluk naar aanleiding van Di Rupo I helemaal weg te spoelen.
Meteen rijst de vraag hoe dat zich politiek zal vertalen. Manuel Castells, socioloog van USC Los Angeles, schetst een verontrustend toekomstbeeld. 'Europa zit midden in een proces van sociale onrust. Als er geen hoopvolle bewegingen komen, dan zullen het haatbewegingen zijn. Daarom is de confrontatie tussen de cultuur van hoop en de cultuur van destructieve nostalgie waarschijnlijk de belangrijkste trend in deze tijd van crisis.' Anders gezegd: ofwel krijgen we een ultraconservatieve reflex, vanuit het gevoel dat het vroeger allemaal beter was, ofwel borrelt er een politieke beweging op die hoop, een nieuw perspectief, kan bieden. 'We hebben veel geluk dat er nu geen Degrelle (stichter van de Belgische fascistische partij Rex, red.) rondloopt', merkt Louis Tobback op.
Vertaald naar de Wetstraat zal het geen verrassing zijn als de Vlaming meer dan ooit voor Bart De Wever kiest. In de peilingen is de N-VA in Vlaanderen al naar 40 procent doorgestoomd. In deze crisis is het zich terugplooien op de eigen gemeenschap, in reactie op de boze en onrechtvaardige wereld daarbuiten, een voor de hand liggend scenario.
De kans dat de traditionele partijen beloond worden voor hun moed om de communautair-politieke impasse te doorbreken, is dan ook klein. De traditionele partijen, zoals de sp.a bij monde van Caroline Gennez, weigeren zich neer te leggen bij het doemdenken dat onze kinderen het minder goed zullen hebben. Maar welke hoop kunnen ze bieden? Liberalen, socialisten en christendemocraten: zij zíjn het systeem, waarover het buikgevoel zegt dat het op zijn einde loopt.

